Zaterdag 23 juli 2005
8u00: De wekker loopt af en laat ons zo weten dat het tijd is om op te staan.
Amaai dat is wel vroeg. Zeker na zo'n geslaagd huwelijksfeest van gisteren.
Nogmaals een dikke proficiat aan de jonggehuwden. Maar goed, nu moeten wij
verder.
Een kortte douche, een stevig ontbijt en daarna beginnen met het laden van de
wagen. pffff, zoveel valiezen. Moet dit allemaal mee? Gelukkig kunnen we alles
in de wagen stouwen.
En dan vertrekken we richting Bretagne. Een uurtje later dan voorzien, maar ja,
het is tenslotte vakantie !!!
De reisweg gaat over Lille, Abbeville, Le Havre (over de prachtige brug "Pont de
Normandie"), Pont-L'Evéque, Caen, Avranches, Ponterson, Dol-de-Bretagne,
Saint-Malo om zo de richting naar Saint-Brieux te nemen en aan te komen in ons
vakantiehuisje te Saint-Cast-le-Guildo.
Rond Caen en Saint-Malo hebben we aan de péage telkens een file van een tweetal
kilometer. Het weer is bewolkt met hier en daar een regendruppel.
Om 18u00 komen we dan op onze bestemming aan. De GPS brengt ons netjes tot voor
het huisje. Wat de techniek allemaal niet vermag.
De eigenares leidt ons rond in het huisje en geeft nog enkele vakantietips. We
zijn wel onder de indruk van het vakantiehuisje. Alles netjes afgewerkt en
voorzien van alle comfort. We voelen ons onmiddellijk thuis.
De wagen uitladen, vlug een supermarkt opzoeken en de nodige boodschappen voor
een dag of twee doen en dan een lekker avondmaal. We keuvelen nog een beetje na
over de reis en de mogelijkheden dat het dorpje ons biedt.
Zondag 24 juli 2005
Het is buiten bewolkt met een aangename temperatuur.
De jongste dochter zorgt voor een lekker ontbijt (sinaasappelsap, koffie). Ze
heeft wel hulp nodig om het brood te halen. De afstand is wel iets verder dan
we voorzien hadden, dus nemen we vlug de wagen. Een vers stokbrood en omdat het
zondag is, voor elk een croissant. De verrassing wordt thuis nog groter. Myriam
heeft een pan met spek en eieren klaargemaakt. Dat smaakt.
Aan de ontbijttafel besluiten we om naar Dinan te vertrekken. Via een
infobrochure komen we te weten dat er in de haven aldaar een markt is op zondag
voormiddag. Het zal wel iets te laat zijn om de markt in volle activiteit te
zien, daarvoor zijn we te laat vertrokken.
De GPS brengt ons langs mooie wegjes tot op de bestemming: De haven van Dinan.
We parkeren de wagen en trekken op verkenning door de haven en klimmen daarna
naar het dorpje.
Dit brengt ons langs pittoreske huisjes en mooie plaatsjes. Hieronder een
samenraapsel van onze kiekjes.
Ondertussen wordt het zonnig en bij momenten zelfs zeer warm. Met veel
plezier passen we onze kledij aan. We wandelen de stad verder in en laten ons
leiden door onze reisgids. Deze brengt ons langs de straten waar
voetgangers koning zijn. Waarom is dit niet zo op alle mooie plaatsjes? Zo
bereiken we de horlogetoren. Zelfs nu nog slaat hij ieder
kwartier, wat niet altijd in dank afgenomen wordt.
Na een kortte wandeling door de stad, bewandelen we de oude vestigingsmuren van
waarop wij een prachtig zicht hebben op de omgeving van de stad en de haven.
Het wordt tijd om de inwendige mens te versterken. We stappen terug naar de
haven alwaar we een restaurant opzoeken. Tot onze verrassing stellen we vast
dat alles betaalbaar is. Myriam neemt een gallette en wij nemen mosselen. In
tegenstelling tot de Zeeuwse mossels, zijn deze zeer klein. Maar de smaak;
overheerlijk. Waarom blijven wij die Zeeuwse mossels eten? Deze moeten zeker
niet onderdoen. De maaltijd wordt op een passende wijze met een koffie
afgesloten.
We wandelen terug naar de wagen en beslissen om nog een paar plaatsjes in de
omgeving aan te doen. Zo rijden we naar Taden, Lyvet en Mordreux. Daar stappen
we uit en werpen een blik op het strand. Marlies en Iris gaan het strand op en
wandelen tot aan hun kniëen in het water. Ondertussen merken we een zeehond op
die op het strand aan het rusten is.
Na een kortte rit komen we terug aan in ons vakantiehuisje. Na een douche en het
avondmaal gaan we slapen. We zien wel wat morgen brengt.
Maandag 25 juli 2005
Het weer is vandaag stukken minder. Warm maar bewolkt. Het ziet ernaar uit dat
het niet de ganse dag droog zal blijven. Nu ja. Het is vakantie en we laten het
niet aan ons hart komen.
We besluiten een bezoek te brengen aan Mont Dol, Dol de Bretagne en een menhir.
We rijden eerst naar Mont Dol. Een korte maar steile klim brengt ons naar
de top van deze "Mont", tot op een hoogte van 65m boven de zeespiegel.
Er bestaan verschillende legendes over deze mont. De mooiste is toch wel
de volgende:
De aartsengel Michaël en de Draak (Satan) zouden hier eens gevochten
hebben. De voetafdrukken zijn nog terug te vinden in de rotsen. Na het behalen
van de overwinning zou de aartsengel dan naar le Mont Saint Michel gesprongen
zijn.
We zoeken alle voetafdrukken op en laten onze fantasie op hol slaan. Zou deze
plaats toch iets mysterieus hebben? In de verte zien we een regenbui hangen. Na
een korte tijd begint het hier ook te druppelen. We besluiten om in het
bar-restaurantje iets kleins te eten. Daarna rijden we naar Menhir de Champ
Dolent.
|
Amaai, moet Obelix zo'n dingen op zijn rug dragen. We hadden wel een grote
graniet blok verwacht, maar zoiets. Dat is nogal een gigant.
Gelukkig is het niet onze taak om dit gevaarte te verplaatsen. Maar toch, hoe
hebben ze in het verleden deze blok hier gekregen? Wat is de reden om zomaar
zoiets hier overeind te plaatsen? Met welke werktuigen hebben ze deze blok hier
gekregen en hoe hebben ze dit gevaarte overeind geplaatst? Waarom juist op deze
plaats en geen 100m verder? Zo zouden we verder vragen kunnen stellen, maar
daarvoor zijn we hier niet.
Ze moeten meer dan zomaar een reden hebben gehad om dit op te richten.
Religie is iets mysterieus maar is toch in staat om mensen rare bokkesprongen te
laten maken. In de naam van God zijn er al veel veldslagen uitgevochten en er
zullen er blijkbaar nog veel volgen. En hier hebben ze in het
verleden hun krachten gebundeld om zomaar ergens blokken graniet recht te
plaatsen.
Of ontgaat er ons nog iets? Zijn we nog niet rijp om de reden te bevatten?
In ieder geval, de steen staat er en iedereen die hier langskomt staat verstomd
te kijken naar zo'n blok graniet.
|
Na de Menhier de Champ Dolent brengen we een bezoek aan de stad Dol de Bretagne.
Eerst vereeren we de Heilige Samson (nee, niet deze van Samson en Gert) met een
bezoek in zijn kathedraal. Dit zou één van de eerste Gotische kathedralen in
Bretagne zijn. We zijn toch wel een beetje ontgoocheld. Ze kan zeker niet
tippen aan de kathedraal te Reims, Avignon of Chartres. We maken een korte
wandeling door het stadje en vergeten vlug dat we hier ooit gestopt zijn.
Eerst nog wat boodschappen voor het avondmaal en dan naar het vakantiehuisje.
Dinsdag 26 juli 2005
Amaai, wat een weer. regen, regen en nogmaals regen. Als het niet beter wordt,
dan gaan de vissen hier nog voor ons raam in het vakantiehuisje voorbij
zwemmen. Maar we laten het niet aan ons hart komen. Eerst het huisje een beetje
opruimen (die twee pagaders kunnen alles nogal overende gooien, bij ons in
Zwevegem zeggen ze
errekederre).
Na het opruimen eerst een vlug maar lekker middagmaal en dan naar..., oei wat
kunnen we doen in zo'n weer, juist, iets met de wagen.
Wij (de mama en de papa) noemen dit dan: wandelen met de auto. Van het ene
plekje naar het andere rijden, uitstappen, kiekjes nemen, commentaar leveren en
dan maar verder. En zo geraakt de dag dan toch gevuld met leuke en minder leuke
anekdotes en wordt het fotoalbum verder aangevuld.
Als afsluiter van deze regenachtige dag besluiten we onszelf eens culinair te
verwennen. We gaan op restaurant in Saint Cast le Guildo, dat luistert naar de
naam Biniou. Tja, wat nemen we? Dit is altijd zo'n hartverscheurende keuze. Wat
je niet neemt lijkt altijd net dat te zijn wat je wilde. Maar zo zijn we niet.
Eénmaal een keuze gemaakt, dan gaan we daarvoor.
We nemen het eenvoudigste eerst: De wijnkeuze. Ik heb gekozen voor een Muscadet
uit de Loirestreek. Al zeg ik het zelf, het is een fantastische keuze.
Als voorgerecht neem ik een assiete Fruit de Mer. Myriam neemt Coquilles Saint
Jacques. Marlies neemt een plateau Huitres. Die durft. Op die leeftijd wisten
wij nog niet dat dit bestond. Iris kent haarzelf beter dan wie ook en neemt
wijselijk een kindermenu.
Het hoofdgerecht bestaat uit geflambeerde Gamba's. Wat een tegenvaller. Als ze
geflambeerd zijn, dan werd dit dit spektakel stiekem in de keuken gedaan. Het
zeetongetje dat Myriam genomen heeft is niet te versmaden. Voor Marlies is een
stukje visfillet voorgeschoteld dat zeer lekker bereid is.
De "fromage" kunnen we vlug overslaan. Een stukje Brie en een stukje Saint
Nectaire met een groen bladje sla gedresseerd met een ongelofelijk lekkere
vinaigrette.
En als kers op de taart volgt uiteraard voor ieder een lekker dessertje.
Zo sluiten we deze regenachtige dag af en hopen op beter weer voor morgen.
Woensdag 27 juli 2005
Amaai, beter weer. 't Zal wel zijn, konijn (uitspraak van een lieftallige
collega in school, waarnaar op dit moment een beetje mijn gedachten gaan, zeker
als het over reizen gaat). We besluiten om niet bij de pakken te blijven
zitten en de oesterbanken onveilig te maken. Ons doel vandaag
Cancale
- de hoofdstad van de oesters in Bretagne.
Rond 11u00 vertrekken we naar Cancale. De GPS wijst ons de weg, natuurlijk moet
de chaffeur deze richtlijnen interpreteren en volgen, maar daarnaast ook de
wegcode nog respecteren. We hebben ons ondertussen deze vaardigheid eigen
gemaakt (Opletten Rudy; Deze termen lijken teveel op wat je dagelijks voor
school doet).
Goed. We komen aan in Cancale. Eerst een Franse bakkerij zoeken (dit heet hier:
Boulangerie), een broodje kopen en dan pick-nick, zoals elke Franse toerist (De
hollanders brengen alles mee van thuis, de Britten gaan op restaurant na 13u00
en de Duitsers, tja, dat weten we niet zo goed). Na het middagmaal haasten we
ons terug naar de Ferme Marine waar we een Engelstalige (ja mensen, ook in
Frankrijk beginnen ze de taal van Shakespeare te spreken. Daaraan zie je, wiens
brood men eet, diens woord men spreekt. Ook in Frankrijk) rondleiding. Waarom,
omdat dit doorgaat op een tijdstip dat voor ons meest gepast is. En dit blijkt
achteraf een goede keuze. Tijdens ons bezoek aan de schelpententoonstelling, de
filmvoorstelling en de uitleg over het reilen en zeilen van zo'n oesterbedrijf,
regent het pijpestelen. Maar eens de rondleiding voorbij, komt de zon door
de wolken piepen.
Er vallen ook nog wat boodschappen te doen. Dus eerst op zoek naar een
supermarkt. Dit brengt ons als bij toeval naar "Pointe du Grouin". De zon is
daar volledig van de partij. Eindelijk, zouden we durven zeggen, maar wie zijn
we. In ieder geval, we genieten met volle teugen van de wandeling en de zon.
Wat is de wereld toch mooi.
Na de wandeling rijden we terug richting Cancale. Ondertussen is het eb. De
oestertafels en de mosselbanken zijn nu volledig zichtbaar. Dit levert mooie
plaatjes op.
|
|
 |
Een bezoek aan Cancale zonder oesters te proeven, dit kan niet. Vandaar dat we
hier een restaurantje uitzoeken. Zo vinden we, wat wij een snackbar voor oester
noemen. Maar lekker en puur. Jammer dat er geen woorden zijn om dit neer
te pennen. Met alle technieken die er bestaan, we kunnen de smaak en het gevoel
niet reproduceren. Gelukkig maar, want daarvoor is er nog zoiets als vakantie.
Ik neem een dozijn platte oesters mmm, overheerlijk en inderdaad een heel
andere smaak dan de creusekes. We zijn nu toch in de stad van de oesters en de
honger is nog niet volledig gestild (of moeten we zeggen de goesting). Vandaar,
ik neem nog een plateau creusekes. Deze zijn meer dan overheerlijk. Ondertussen
genieten mijn tafeldames van overheerlijke bretoense mosselen. Wat moet
vakantie nog meer zijn, oesters, een glaasje wijn een leuke omgeving, maar het
belangrijkste van al, je geliefden om je heen...
Donderdag 28 juli 2005
Oei, ietwat later dan voorzien ontwaken we. Het programma zal moeten worden
aangepast, maar daarvoor is het vakantie, of niet...
De zon is terug van de partij en de buitentemperatuur is zeer aangenaam. We
zullen dan ook buiten het ontbijt nemen.
Tijdens het ontbijt bespreken we het programma. We besluiten om Fort la Latte en
Cap Fréhel met een bezoek te vereren. Eerst het nodige inpakken voor een
pick-nick, wandelschoenen, kledij voor het geval dat het mocht regenen (wat we
natuurlijk niet direct zo graag zouden hebben) en nog wat documentatie.
Zo vertrekken we naar het Fort. Onderweg worden we toch overvallen door een
hevige plensbui. Maar éénmaal aangekomen bij het fort, doet de zon meer dan
haar best. Gelukkig maar.
Eerst zullen we een bezoek brengen aan het Fort, daarna zal het tijd zijn voor
de inwendige mens en dan zullen we de Cap gaan verkennen.
We wandelen, zoals zovelen, rustig naar het fort. Er staat nergens aangeduid
hoever het nog is, maar als we na zo'n 800m de eerste scherpe bocht naar links
hebben genomen dan worden we verrast door een prachtig zicht.
Het Fort, in gans zijn glorie, beschenen door de zomerzon en daarrond het immer
blauw water. We sluiten aan bij de rij en betalen onze toegangsbewijzen. Na het
betreden van het eerste plein kunnen we beginnen met het verkennen van het
fort, in alle hoekjes en kantjes. Zeker als je Marlies en Iris zou blijven
volgen.
Door de verovering van het fort moeten we onze krachten terug op peil brengen.
Het franse stokbrood en wat camenbert smaken. Marlies en ik zullen dan te voet
naar Cap Fréhel gaan, terwijl Myriam en Iris de wagen nemen. Voor alle
zekerheid, een mens weet maar nooit, stel ik de GPS in. Je weet wel: vrouwen en
computers, alhoewel, ik kan niet klagen.
De wandeling is magnifiek. Onderweg komen we veel collega-wandelaars tegen. De
zeemeeuwen en de aalschovers zijn in grote getale van de partij. Dit brengt
heel wat meer leven in de brouwerij. De wandeling voert ons langs de kust. Hier
en daar op en neer, dan weer een beetje plat. Een zeer mooie wandeling met veel
afwisseling.
Aan de cap aangekomen is de familie terug verenigd. We wandelen samen rond en
bewonderen de natuur; de kust, de fauna, de flora en vooral de
alomtegenwoordige zee.
We besluiten om naar het vakantiehuisje terug te rijden en onderweg wat
boodschappen te doen voor het avondmaal. Een paar oestertjes (we zijn tenslotte
in de streek en thuis hebben we er ook niet alle dagen de keur van), een paar
kokkels en wat vlees en groenten, dat zal smaken.
Vrijdag 29 juli 2005
Helderblauwe hemel bij het ontwaken, maar tegen dat we willen vertrekken komt de
bewolking opzetten. We laten het niet aan ons hart komen en vertrekken voor een
2 uur durende rit naar Vitré.
Het kasteel was één van de grote vestingen die het Bretoense grensgebied
bewaakten. Het werd vanaf de 13de eeuw voortdurend uitgebreid. Het ganse
complex heeft een driehoekige wal met torens. Het stadje zelf heeft een aantal
mooie middeleeuws ogende straatjes.
We nemen een zeer verzorgde maaltijd in een restaurantje. Van hieruit rijden we
naar Fougères.
Net als Vitré was Fougères een vestingstad in het grensgebied van Bretagne dat
een zeer bewogen geschiedenis achter de rug heeft. Het imposante Château de
Fougères is een groots voorbeeld van de middeleeuwse militaire architectuur.
Het ontstond tussen de 12de en de 15de eeuw en de verdedigingswallen, met
daarop 13 torens, omsluiten een 2 ha groot gebied. In de 15de eeuw werden de
vestingwallen aan de eisen van de moderne wapens aangepast. Een wandeling over
de wal biedt een fraai zicht over de stad.
Door de stad kan men ook een volledig bewegwijzerde wandeling maken. Deze is
zeker de moeite waard en voert de wandelaar langs mooie plaatsen in stad.
Moe maar voldaan vertrekken we richting vakantiehuisje.
Zaterdag 30 juli 2005
Oei, het weer zit nu wel volledig tegen. Het regent en het ziet er niet naar uit
dat er de eerste uren verandering zal inkomen. In het vakantiehuisje doen we
het een en het ander langs de kanten. We doen boodschappen voor het middagmaal.
In de namiddag komt de zon er regelmatig door piepen. Iris en ik vertrekken voor
een wandeling door Notre-Dame-de-Guildo. Een kwestie van toch eens naar buiten
te komen en niet de ganse dag binnen in het vakantiehuisje te blijven.
De wandeling brengt voert ons langs de rotskust naar de haven. We luisteren
gefascineerd naar de klank van de zingende stenen en bewonderen de ruine van
het kasteel van Gilles de Bretagne.
Na ons kort bezoek aan de haven wandelen we verder naar de watermolen. Maar
onderweg worden we overvallen door een hevige stortbui. Dan maar de kortste weg
naar het vakantiehuisje terug. Zo'n kleine 2 uur nadat we vertrokken waren
komen we aan. Ondertussen is de zon terug door het wolkendek komen piepen en
het wordt nog een mooie avond.
Zondag 31 juli 2005
Vandaag staat een "pelgrimtocht" naar de Mont Saint Michel op het programma. Als
alles goed verloopt zullen we aankomen bij laagtij en rond 14u00 is het
hoogtij. Alleen zal de zee waarschijnlijk niet zover komen. Dat valt dus nog af
te wachten.
De zon is niet direct van de partij, maar het is ook niet zwaar bewolkt. Er
waait wel een koude wind, vandaar dat een trui geen overbodige luxe zal zijn.
Een bezoek aan deze molshoop midden in de baai is zeker de moeite waard. De
wandeling door de straat, rondkijken vanop de wal, of de trappen beklimmen waar
er minder toeristen zijn, of een bezoek (alleen of met de gids) aan de
abdij, het is moeilijk om te stellen wat er het mooiste is. Ze hebben elk hun
charmes.
De Mont Saint Michel moet je beleven, niet zomaar vanop een afstand bekijken.
Maar dat is met veel zo in Bretagne. Alhoewel, de Mont zelf behoort nu al
ettelijke eeuwen tot Normandië en dat zal de Bretoeners al meer dan eens
gespeten hebben.
Bij het afdalen van de abdij naar de uitgangspoort hebben we een klein
accidentje. Iris slaat haar voet om. Gelukkig is het niet zo erg en waren we
toch van plan om te vertrekken. Na een laatste blik op dit monument vertrekken
we richting vakantiehuisje.
Maandag 1 augustus 2005
Iris heeft nog veel pijn in haar voet en zo moeten we het programma een beetje
aanpassen.
Vandaag brengen we een bezoek aan de kust van Erquy tot aan Cap Fréhel. We
starten in Erquy, de hoofdstad van de cocquilles Saint Jacques. Volgens
verschillende reisgidsen is deze kust mooier dan de Cap Fréhel maar minder
gekend. Het is net of we in één grootte rotstuin rondwandelen.
Het plaatsje beschikt over verschillende plages die via wandelingen op de
rotskusten verbonden zijn met elkaar. Ook hier vinden we de sentier des
Douaniers terug. Zo kunnen we langs de wandeling GR34 langs de ganse kust van
Bretagne te voet verkennen.
Onderweg doen we nog enkele boodschappen voor de geplande barbeque.
Dinsdag 2 augustus 2005
We besluiten om vandaag eens terug te reizen in de tijd en ons als echte kappers
te gedragen. Saint Malo staat op het programma. De kappersstad bij uitstek en
dit dat nog met de goedkeuring van de Franse koning, voor zolang dat ze maar de
Engelse en de Hollandse schepen kaapten en deze die onder de Franse vlag varen
met rust laten. Het is een stad vol verhalen, al of niet verzonnen of op
waarheden berust. Maar bij het rondwandelen door de stad of op de
vestingsmuren, moet je wel je fantasie in de hand houden.
Het vermeldens waard is de P+R. Indien de wagen wordt geparkeerd op de parking
d'Accueill (slechts € 2) dan brengen bussen ons naar het stadscentrum Intra
Muros. Dit systeem is zeer goedkoop als je beseft dat parkeren aan de muren je
zeker € 2 per uur kost. Parking binnen de oude stadsmuren is zeer zeldzaam.
Lodewijk 14de besluit om de grenzen van Frankrijk te versterken. Voor deze
opdracht beschikt hij over minister Vauban die zich zeer toegewijd deze taak op
zich naam. Vandaar rijzen er heelwat vauban vestingen uit de grond of worden
forten naar dit plan omgebouwd en aangepast. Zo ook in Saint Malo, de stad van
de corssairs.
Vanop de vestingsmuur hebben we een magnifiek zicht op de zee en de haven. Saint
Malo is meer dan 5 eeuwen een strijdtoneel geweest. De Engelsen en de
Hollanders hadden de stad graag tot op de laatste steen afgebroken. De haven
zelf is van nature uit zeer goed beschermd door baai. Met het aanleggen van de
forten op de eilanden wordt het een bijna oninneembare vestingstad. De Engelsen
en de Hollanders zullen het geweten hebben, is het daarom dat ze nu in groten
getale deze stad een bezoek brengen!
Een bezoek brengen aan Saint Malo zonder te proeven van de oesters en de
Bretoense mossels is niet denkbaar. Vandaar dat we ons laten verleiden in één
van de vele restaurantjes in de rue Jacques Cartier.
Woensdag 3 augustus 2005
Er ontbreekt nog een stukje kust dat we met een bezoek moeten vereren. Dat is
het stukje tussen Dinard en Saint-Cast zelf.
We brengen eerst een bezoek aan het mondaine Dinard. Van hieruit hebben we een
zeer mooi zicht op de vestingsstad Saint Malo en de haven van Saint Malo.
Tijdens ons kort bezoek aan de haven van Dinard komt een visserschip
binnengevaren en lost zijn buit op de kade. Krabben, kreeften en vis, meer moet
er deze avond op mijn bord niet zijn.
Van hieruit rijden we langs de kust terug naar Saint-Cast-de-Guildo. We stoppen
regelmatig en bewonderen de grillige rotskusten en de natuur.
Zo hebben we de ganse kust van de Mont Saint Michel tot en met Erquy met een
bezoek vereerd. Als het weer morgen meezit dan zullen we op een van de
plages een beetje zonnebaden, maar dat zien we morgen dan wel weer.
Donderdag 4 augustus 2005
Het weer is zalig. Blijkbaar hebben de weergoden rekening gehouden met onze
wensen. Het wordt een zalige stranddag. Eerst nog wat boodschappen en dan ...
zon, strand en zee. Wat moet een mens meer hebben?
's Avonds sluiten we af met een overheerlijke bbq.
Vrijdag 5 augustus 2005
De laatste dag staat volledig in het teken van ons vertrek naar huis. De bagage
wordt gepakt, het huisje opgeruimd en de auto gereinigd.
’s Avonds laten we ons culinair verwennen in een plaatselijk
restaurantje. We genieten nog van een korte, fijne avondwandeling en dan naar
bed.
Zaterdag 6 augustus 2005
Terugreis